De impact van het hoofddoekverbod in België: een getuigenis
Onderzoek toont aan dat etnisch-culturele minderheden geen gelijke kansen krijgen op de Belgische arbeidsmarkt. Nationaliteitsvereisten, taaleisen, diplomavereisten en kledingvoorschriften zorgen ervoor dat Belgen van buitenlandse origine uitgesloten worden van bepaalde jobs. Hoe ervaren de allochtone werknemers dit zelf? Hasna Ankal spreekt perfect Nederlands, behaalde in september een diploma in de Journalistiek en woont al sinds haar eerste levensjaar in België. In een interview met Hand in Hand vertelt ze over haar eigen ervaring met discriminatie en racisme.
- In welke omstandigheden ben je naar België geëmigreerd?
Ik ben geboren in het zuiden van Marokko, in de regio van Essaouira. Toen ik enkele maanden oud was, nam mijn moeder mij met haar mee naar België in het kader van gezinshereniging. Mijn vader woonde toen al een tijdje in Genk. Hij heeft in de mijnen gewerkt in Frankrijk en is daarna ook even in de industrie in België aan de slag gegaan. Al vroeg werd hij arbeidsongeschikt verklaard omdat hij aan een chronische longziekte leed. In die tijd werden de gezondheidsmaatregelen in de mijnen niet zo nauw genomen, veel van zijn collega’s zijn ook vroegtijdig moeten stoppen. Zoals velen had mijn vader niet gestudeerd in Marokko, dus vond hij moeilijk hier een andere job. De jaren hierna deed mijn vader wel seizoensarbeid, zoals fruitpluk, maar ook dat werd op de duur te belastend. Om toch bezig te blijven, werkt hij regelmatig in zijn volkstuintje.
- Hoe zag jouw schoolloopbaan eruit?
Van het kleuter- tot in het middelbaar onderwijs ging ik naar school in Genk. Mijn ouders lieten me vrij in mijn studiekeuze en na het middelbaar ben ik politieke wetenschappen gaan studeren aan de Universiteit van Leuven. Omwille van verschillende redenen heb ik die studie niet afgemaakt. In 2007 ben ik aan de Xios Hogeschool in Hasselt journalistiek gaan volgen. Deze studie was precies wat ik nodig had, want ik wilde mij graag tijdens een opleiding bezig houden met artikels schrijven. Ondertussen heb ik mijn einddiploma op zak. Mijn plan is om in de toekomst toch nog een master politieke wetenschappen te behalen. Iemand met mijn profiel, dat is dus een vreemde naam plus een hoofddoek, kan best een zo hoog mogelijk diploma halen om eventuele discriminatie de kiem in te smoren. Discriminatie zal er altijd zijn, maar met een hoger diploma hoop ik mijn eigen kansen te vergroten.
- Heeft jouw hoofddoek ooit een probleem gevormd tijdens je studies?
Toen ik in Leuven studeerde, ben ik begonnen met het dragen van een hoofddoek. Op kot heb ik af en toe heel kwetsende opmerkingen hierover gekregen. Andere studenten stelden me veel vragen, want voordien kenden ze me zonder hoofddoek. Al bij al vielen de reacties goed mee, een paar Vlaamse meisjes moedigden mij zelfs aan om volop voor mijn keuze te gaan. Maar sommige vragen waren echt verbale aanvallen. Er was een huisgenote die daarbij snel liet weten dat ze me achterlijk vond, ook als het om andere islamitische dingen ging, zoals het vasten tijdens de ramadan.
Ook op de hogeschool moest ik soms afrekenen met de vooroordelen van mijn medestudenten. Tijdens mijn opleiding Journalistiek heeft een lector eens een debat georganiseerd over de ‘witte media’. Belgen met wortels in het buitenland komen vaak negatief in het nieuws en ze worden zelden in een normale context geportretteerd. De discussie in onze groep barstte los. Eerst stelden mijn klasgenoten me gewone vragen, maar dit escaleerde snel in regelrechte verwijten. “Als moslims het niet eens zijn met Osama Bin Laden, waarom komen ze dan niet massaal op straat?,” zo klonk het. Moslims worden bij zo'n uitspraak dus gezien als één homogeen blok en moeten zich daarom steeds “distantiëren” van bepaalde gebeurtenissen. Als ik verhalen hoor over Dutroux, dan is er ook geen reden om van elke Belg een statement te vragen waarin hij of zij zegt “ik ben tegen kindermishandeling”? Het is alsof je zonder zo'n statement mag aannemen dat Belgen het er wel mee eens zijn. Een onterechte beschuldiging dus.
- Op welke manier blik je nu terug op die periode?
Ik ben blij dat ik ondertussen mijn diploma heb behaald. Van mijn ervaringen in discussies heb ik ook wel een hard besef overgehouden: h Als ik bijvoorbeeld soms verzuchtte “dit is een stom land”, dan kreeg ik het voorspelbare antwoord “ga dan ergens anders wonen”. Het komt er altijd op neer dat je een tweederangsburger bent, je hebt minder recht om je beklag te doen over België. Iemand met een Vlaamse afkomst krijgt niet snel te horen dat hij of zij “ergens anders” heen moet. Ik vond het triest dat zulke uitspraken kwamen van journalisten in spe mee die mee de beeldvorming van etnische minderheden zullen bepalen. Maar ik heb gelukkig wel gemerkt dat bij zo'n gevallen er ook medestudenten en lectoren zijn die even verontwaardigd waren als ik.
- Wat zijn jouw ervaringen op het gebied van tewerkstelling?
Als student nam ik via het interim-kantoor elke job aan waarvoor ik in aanmerking kwam. Ik heb veel poetsopdrachten uitgevoerd en ook fabriekswerk. Vooral dat laatste was heel zwaar werk. Juist omdat de werkomstandigheden zo zwaar waren, gaf het mij de nodige motivatie om zeker voort te studeren. In het interim-kantoor vroegen ze me steeds of ik bereid was mijn hoofddoek af te nemen. Als ik nee zei, dan noteerden ze dat en gaven het door aan de bedrijven. Hierdoor wist ik dat ik nooit in aanmerking kwam voor een job bij het onthaal of jobs waarbij je klanten moest ontvangen.
Als ik als student vacatures zag, schatte ik op voorhand mijn kansen in. Als er stond “verkoopster gevraagd”, dan wist ik dat ik me niet kandidaat moest stellen. Het is dan ook frustrerend dat er op die manier veel jobs worden uitgesloten. Ik denk dat minstens de helft van de jobs wegvalt en meestal blijven enkel poetsopdrachten over. Een hoofddoek is met andere woorden wel oké voor lagere jobs, maar in hogere posities niet. Op die manier worden vrouwen met een hoofddoek systematisch uit hogere functies weggehouden. Vrouwen met een hoofddoek voelen trouwens meestal wel aan dat ze gediscrimineerd worden, maar ze durven het niet aan te klagen of zien er het nut niet van in. Het vraagt veel moed want er is de angst dat je het met een klacht erger maakt voor anderen, omdat de hoofddoek dan misschien weer negatief in het nieuws komt.
- Werd jou ooit een baan geweigerd omdat je een hoofddoek draagt?
Toen ik een studentenbaan had bij een fabriek voor auto-onderdelen, werd me gevraagd om mijn hoofddoek op een veilige manier te dragen. Als ik er bepaalde veiligheidsregels primeren, dan begrijp ik dat een hoofddoek best niet te lang is en dat je die bijvoorbeeld in je t-shirt steekt. Maar soms is dit niet aan de hand en eisen werkgevers toch dat je je hoofddoek uitdoet. Dan ging het om jobs waarvoor ze geen enkele student vonden omdat het ging om zwaar werk dat ook nog eens minder goed betaald werd.
Enkele jaren geleden had ik een contract om drie weken parttime als poetsvrouw te werken in het ziekenhuis van Genk. Vooraf was er niets gezegd over mijn hoofddoek, dus de eerste keer kwam ik in uniform met hoofddoek. Het personeel probeerde me te overtuigen om hem uit te doen. “Je moet je aanpassen aan onze cultuur”, zeiden sommige collega’s me. Ze verwezen naar andere moslima's die in het ziekenhuis werkten en hun hoofddoek daarvoor wel uitdeden. Ik heb veel respect voor hun keuze, maar ik ga nooit zomaar iemands gedrag kopiëren. Tijdens de discussies kreeg ik ongeloofwaardige argumenten te horen over veiligheid en hygiëne. Maar ik concludeerde dat het ging om de zichtbaarheid van een werknemer die moslim is. Uiteindelijk mocht ik beginnen werken op de kelderverdieping, in een ruimte van de personeelsdienst waar niemand aanwezig was omdat ik in de avonddienst zat. Ik kreeg het gevoel dat ik in quarantaine werd gezet. De dag nadien werd ik opgebeld door het ziekenhuis. Ze boden me als alternatief een baan aan als fulltime administratieve kracht bij de personeelsdienst, waarvoor een andere student net had afgezegd. Voor deze functie mocht ik mijn hoofddoek aanhouden. Nu hield ik me dus bezig met administratie op een plaats die ik eerder afgezonderd moest poetsen. Ik wist dat er in het ziekenhuis ook een gebedsruimte was voor patiënten, dus vroeg of ik daar af en toe mocht gaan bidden. Het grappige is dat ik de weken nadien dus door de gangen van het ziekenhuis liep mét mijn hoofddoek en mét een officiële personeelsbadge om naar de gebedsruimte te gaan.
- Wat voor beroep zou je in de toekomst graag uitoefenen?
Ik wil me het liefst bezighouden met journalistiek. Dat is het enige waarbij ik niet het gevoel heb ik dat ik iets anders zou moeten doen. En dan heb ik het over zinvolle journalistiek. Ik wil mijn tijd niet steken in nieuws over dingen die er niet toe doen of die al eindeloos op dezelfde manier herhaald zijn. Dus ik pas sowieso voor zulke opdrachten. Met die koppigheid beperk ik ook wel zelf mijn kansen. Maar ik beperk mijn zoektocht niet tot België. Artikels voor Engelstalige media zie ik ook wel zitten.